Falcao zal het WK niet mogen spelen

‘Radamel Falcao is eigendom van een investeringsmaatschappij.’ In de normale wereld zou een dergelijke zin leiden tot onderzoek naar mensenhandel, maar in de voetballerij is deze moderne vorm van slavernij inmiddels heel normaal. In de Volkskrant van zaterdag lazen we een artikel over commerciële bedrijven die aandelen kopen in veelbelovende spelers. Op Voetblah kreeg u donderdag al een inkijkje in de toekomst van FC Twente, na haar aangekondigde samenwerking met Doyen Sports Groep. Het bedrijf kocht vorige week aandelen in vijf spelers in de selectie van de Tukkers.

opi-mrvoetblah1De betrokkenheid van investeringsmaatschappijen bij de loopbaan van topvoetballers hoeft geen problemen op te leveren. Doorgaans sluit het kille winstbejag van een bedrijf naadloos aan bij de clubliefdeloze prof die het maximale financiële gewin wenst te halen uit zijn relatief korte profbestaan. Samen spinnen ze garen bij lucratieve overstappen, omvangrijk tekengeld en dito maandsalaris. En hiermee is de dominante praktijk van voortdurende transferspeculaties rondom immer onrustige spelers en clubs verklaard.

De situatie ‘Radamel Falcao en het WK’ is in dit licht een interessante casus. Hierin lopen de belangen van investeringsmaatschappij en speler radicaal uiteen volgens het erkend principe van gevoel versus verstand. Het fenomeen clubliefde is Radamel Falcao wellicht vreemd, maar vaderlandsliefde is een heel ander verhaal. Successen halen met zijn land Colombia op ’s werelds grootste podium, als het ultieme geluk. Voor het verwezenlijken van deze droom zal alles moeten wijken: voldoende revalidatietijd blijkt overbodige luxe, medische adviezen zijn inferieur en zelfs zijn eigen gezondheid zet hij op het spel.

En daar wringt opzichtig de schoen voor de eigenaars van Falcao’s loopbaan. De jongens van Doyen Sports Group vinden zo’n WK maar niets. Een toernooi waar patriottisme leidt tot het nemen van onverantwoorde risico’s door zowel coaches als spelers. Radamel Falcao is inderdaad bereid ver te gaan en roept zelfs de hulp in van hoger hand: ‘God maakt het onmogelijke mogelijk en ik geloof in Hem.’ Wij denken inderdaad dat de beslissing voor hem wordt genomen.  De hand van de investeringsmaatschappij zal echter sterker blijken dan de Hand van God.