De theorie van het Heilige Moeten

Brazilië, Argentinië, België, Colombia, Duitsland en Frankrijk waren vooraf allen getipt als groepswinnaar en maakten hun favorietenrol volledig waar. Slechts Nederland en Costa Rica waren als groepseersten enigszins verrassend te noemen, maar eenmaal in de achtste finales werden zij, net als de overige zes, favoriet voor het bereiken van de volgende ronde. En ook hier stelden ze niet teleur; geen enkele groepsrunner-up slaagde erin om voor een verrassing te zorgen. Dat klinkt wellicht saai en voorspelbaar, maar dat is slechts vanuit het standpunt der scorebordjournalistiek daadwerkelijk het geval. Het verloop van de wedstrijden vertoonde namelijk een heel ander beeld.

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

Mexico, Chili, Griekenland, Algerije, Nigeria en in iets mindere mate Uruguay waren gedurende lange periodes de bovenliggende partij in hun wedstrijden en maakten vooral een frissere indruk dan hun tegenstander. De counterdynamiek van Algerije, de dominantie van Nigeria en de degelijke passing game van Griekenland waren bij vlagen imponerend, terwijl ook de taaiheid van Chili en Mexico lange tijd de opponent te machtig leek. Bij de favorieten werd er  gebibberd, gefaald en gezwijnd, maar dat bleef tot op heden zonder fatale gevolgen. Met zes uit zes is er sprake van een significant patroon en lijkt er iets in de lucht te hangen dat de favorieten gunstig gezind is. De FIFA is een usual suspect als het gaat om het bevoorrechten van de heersende macht, maar lijkt ditmaal vrijuit te gaan. Wat is er dan wel aan de hand?

Dit is de theorie van het Heilige Moeten. De deelnemers aan een groot toernooi kun je grofweg verdelen in twee groepen. De landen waarvoor geldt dat ‘meedoen belangrijker is dan winnen’ en de landen waarvan spelers en trainers worden geslacht als zij niet minimaal de kwartfinale halen. Dit nationale verwachtingspatroon werkt onbewust door in de mentale krachtsverhouding tijdens een wedstrijd en is daarmee een belangrijke determinant voor het verloop van de knockout-fase. Het expliciete spelbeeld mag dan anders ogen, de impliciete onderstroom roeit de kant op van de dominante actor. En dus wint Duitsland na verlenging van Algerije en neemt Brazilië de penalty’s iets minder slecht dan Chili.

Als we deze theorie van het Heilige Moeten doorvoeren in de eindfase van het toernooi blijven er vier potentiële winnaars over: Brazilië, Argentinië, Duitsland en Nederland. Frankrijk is eigenlijk nu al tevreden, België neemt uiteindelijk genoegen met brons, terwijl ook Colombia de halve of kwartfinale fantastisch vindt. Ondanks de lage verwachtingen bij Oranje voorafgaand aan het toernooi, is de onbewuste onderstroom anders. De kwartfinale tegen Costa Rica kan simpelweg geen eindpunt zijn en de halve finale wonnen we vier jaar geleden al. Het Heilige Moeten brengt ons zodoende sowieso in de finale. Daarin zullen we waarschijnlijk af moeten rekenen met Duitsland, omdat Brazilië toch te slecht blijkt. Hoe die finale vervolgens verloopt, verklaart onze theorie niet. Gelukkig maar, want de afloop van zo’n affiche moet je ook niet willen verklappen.