Op zoek naar het geheim van Die Weltmeister

Onze Oosterburen kroonden zich vorige maand tot kampioen van de voetbalwereld en ik was erbij. De finale tegen Argentinië nam ik tot mij in Heidelberg; een Duitse stad die veel in de pap te brokkelen heeft op het gebied van de geest (dichters en denkers), maar een stuk minder excelleert op het lichamelijke vlak (voetbalclub SC Heidelberg speelt in de Kreisklasse B Heidelberg). De beleving voor, tijdens en zelfs na de finale was ronduit tam te noemen. Het volkslied werd weifelend meegezongen; de scheldpartijen richting televisie bleven uit en de laveloze lijven in de hoeken van Heidelberg waren op maandagochtend alweer ingeruild voor buitenlandse toeristen die de brandschone straatjes bevolkten. Neen, van gekte, euforie of collectief orgasme geen spoor, maar ze waren het toch echt. Wereldkampioen. Dus besloot ik het restant van mijn drie weken vakantie op zoek te gaan naar het geheim van Die Weltmeister.

discipline1. Discipline
De meest voor de hand liggende kwaliteit van De Duitser is discipline. En deze borden vertellen het hele verhaal. De jeugd leert ten eerste al vroeg: je mag niet overal voetballen: ‘Bitte nicht hier’. En de tekenaar van het bord illustreert de ongeschiktheid van de plek treffend door een gigantische bal te tekenen die inderdaad een gewelddadige invloed zou kunnen uitoefenen op de weelderige bomen en struiken. Doe maar niet dus. Maar de Duitsers zijn ook helder over het tegendeel: hier mag je juist wél spelen. Het betreten en spielen op deze Grünfläche (dat zijn de stroken gras van een stadsplantsoen) is toegestaan. Ga je gang. Wij van de lokale overheid staan het je toe om hier je kunsten te etaleren. Volgzame types als Lahm en de brave broeder Boateng zijn ongetwijfeld de vruchten van deze benadering.

gravel2. Gravel
Gravel. Dat is nog eens wat anders dan het in Holland welig tierende kunstgras. Vroeger voetbalden wij jeugdigen van Rood Wit Veldhoven eens per jaar op deze ondergrond. Op een of ander zomertoernooi in het Ruhrgebied. Het gevolg: de noppen van onze kicksen gingen eraan; het vel op de knieën werd gevild en die Duitse jongetjes liepen ons aan alle kanten voorbij. Gravel maakt een vent van je; kunstgras kweekt mietjes. Als Bastian Schweinsteiger vroeger niet op gravel had gespeeld, was hij nu Benjamin De Ceulaer geweest. En als Jasper Cillessen in Groesbeek wat vaker op de lokale tennisbaan keeperstraining had genoten, dan had ie nu ongetwijfeld wat meer geleken op zijn granieten concullega Manuel Neuer.

opleiden3. Creativiteit
De schoonheid van bovenstaande foto zit hem in het Schwarzwald op de achtergrond. In het verzilveren van dat ene vlakke stukje op het glooiende terrein. Maar vooral in de vier officiële cornervlaggen die vaderlief rondom het trapveldje van zijn zoons heeft geplaatst om de ruimtes onberispelijk af te bakenen. En daarmee creëerde hij de arena van de wereldkampioen; 28 vierkante meter waarop het moet gebeuren. Een tegen een of twee tegen twee, meer ruimte is er niet. Hier kweek je de fijnbesnaarde techniek van Mesut Özil; de fluwelen balbehandeling van Toni Kroos. En het is hier in het Schwarzwald waar de combinaties werden geboren die Duitsland door het Braziliaanse vlees deed snijden.

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

photo 14. Lelijkheid
Maar de beslissende factor openbaarde zich pas aan het einde van mijn rondreis door het Duitse land. Ik stiefelde wat rond op een stoffige rommelmarkt in een van de vele truttige dorpjes aan de Bodensee toen ik hem zag staan tussen een net-niet antiek theepotje en een oude koekoeksklok. Ik stond oog in oog met de Duitse variant van de Hollandse Leeuw. En dit betrof geen leeuw die een ‘hempie’ draagt. Deze leeuw liet zich niet knuffelen of verbasteren tot een lullig brulshirt. Deze leeuw was van zichzelf al doodeng met zijn geflipte blik en het debiele ’06’ op zijn shirt. Maar het was zijn attribuut dat me deed verstijven van angst. Een voetbal met een eendenbek die je op kan eten. En met ogen die zo groot en blauw zijn als die van de auto van Bassie en Adriaan. Ik bedoel maar. Dit soort WK-mascottes stond in de kinderkamer van Miroslav Klose; dit kreeg Thomas Müller van zijn ouders als hij echt niet kon slapen. Deze lelijkheid maakte Duitsland wereldkampioen.