De gemiste kans van Overmars

Demonstratief stond schrijver Auke Kok vrijdag op de voorpagina van nrc.next: ‘Ik wil mijn geld terug’. Moraal van het verhaal: het is belachelijk dat Ajax zoveel geld op de bank laat staan, want het wordt jaar in, jaar uit minder met de Amsterdammers. De goede spelers gaan weg en er komt nagenoeg niets voor terug. Op deze manier wordt het nooit wat in de Champions League. Dat laatste vond ook Volkskrant-columnist Willem Vissers die in het weekendmagazine Sir Edmund echter een andere reden aanvoerde. De Champions League is verrot; het miljoenenbal maakt de rijken rijker en de armen armer, waardoor het is verworden tot een voorspelbaar speeltje van een select gezelschap Europese topclubs met een enorme omzet, gekoppeld aan een enorme schuldenlast. In dat licht bezien is het oppotten dat Ajax nu doet zo slecht nog niet.

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

Linksom of rechtsom is het een feit dat Ajax de laatste jaren een marginale rol speelt op het Europese hoofdtoneel. Moet de club nu met miljoenen gaan smijten omdat het met de doorstroom van aanvallende talenten niet zo vlot verloopt als Johan Cruijff had voorspeld? Moet Ajax hiertoe de banden met sponsorgigant Huawei intensiveren? Merab Jordania verlossen van zijn Arnhemse stadionverbod? Zich brutaal mengen in de overnameperikelen van ADO Den Haag? Kortom: is participeren in het circus van het grote geld de enige weg naar Champions League-succes? Het antwoord op al deze vragen is neen. Kijkend naar de aard van de Cruijff-revolutie én de lessen van de meest recente vaderlandse Europese prijswinnaars, is een andere richting gewenst.

Een belangrijke pijler van het nieuwe Cruijff-beleid is de aanwezigheid van Ajax-spelers in alle geledingen van de club. Dit is een logische gedachte van betrokkenheid en herkenbaarheid die (bijna) elke supporter zal onderschrijven. En juist op dit vlak ligt een belangrijke kans voor het dichten van het gat met de Europese top. De enige generatie die namelijk nog ontbreekt is die van de wat oudere, nog actieve spelers. En juist dit type Nederlandse spelers blijkt essentieel te zijn geweest in de verwezenlijking van de Europese titels van PSV’88 (Van Breukelen), Ajax’95 (Rijkaard) en Feyenoord’02 (Van Hooijdonk). Ervaren spelers die het klappen van de zweep kennen, voldoende verdiend hebben en nog op de leeftijd zijn dat ze wat kunnen betekenen voor hun oude club.

Het zou werkelijk vernieuwend zijn als Ajax er in slaagt om spelers niet alleen in het begin en na afloop van hun loopbaan aan te spreken op hun clubgevoel, maar ook aan het einde. De club had deze zomer een hele batterij aan aansprekende namen kunnen afvaardigen naar Liverpool, Hamburg en Gelsenkirchen om een dergelijk masterplan te smeden. Dan was de hele discussie over oppotter Overmars, egotripper Eto’o en zwaktebod Zwimling overbodig geweest. Met de terugkeer van Heitinga, Van der Vaart en Huntelaar zou het huidige Ajax niet alleen een serieuze rol kunnen spelen in Europa, maar ook als club de innovatieve cirkel rond maken.