Een kritische blik op de Tweede Divisie

Vorige week gaf de KNVB een inkijkje in haar plannen om het voetballandschap van Nederland voor een tweede maal in korte tijd te herzien. Blijkbaar was de invoering van de landelijke Topklasse (zaterdag en zondag) niet afdoende, want net als vier jaar geleden is er de intentie om ‘de doorstroming tussen het amateur- en betaald voetbal zo optimaal mogelijk te maken’. De structuurwijziging uit 2010 heeft inderdaad niet geleid tot een spectaculaire gedaanteverwisseling. FC Oss was een jaartje Topklasser en Achilles’29 is de enige amateurclub die vanuit het achterland het voorland heeft weten te bereiken. De Groesbekers spelen vooralsnog een marginale rol in de Jupiler League en geven op gezette tijden blijk van grote twijfels over hun toekomst. Meest opvallende verschijning zijn de recent ingestroomde beloftenelftallen die vooral het nieuws halen vanwege historisch lage toeschouwersaantallen en grote kwaliteitsverschillen binnen de selectie. Hun entree was dan ook niet het gevolg van een heldere filosofie, maar een blinde vorm van paniekvoetbal na de faillissementen van SC Veendam, RBC Roosendaal en HFC Haarlem.

Dit artikel verscheen eerder op Voetblah

Met de introductie van de Tweede Divisie lijkt de KNVB te willen zorgen voor een geleidelijkere doorstroming en zachtere landing voor promoverende amateurverenigingen. Ook de aangekondigde tegemoetkomingen op het gebied van accommodatie, beveiliging en het aantal verplichte contractspelers kunnen in dit licht worden gezien. Voor degraderende profclubs betekent de extra laag bovendien een minder grote terugval; de term ‘divisie’ klinkt voor de FC Emmens van deze wereld wat hoffelijker dan het proletatiaat-uitademende woord ‘klasse’. Deze psychologische component is dan ook vast aan de orde gekomen tijdens de vergaderingen van de ‘Piramide Stuurgroep’ (een groepje vertegenwoordigers uit prof- en amateurvoetbal) waarin de herinrichting en naamgeving van de Tweede Divisie is bekokstoofd. Opmerkelijk is dat de KNVB rept over een breed draagvlak en een principe-akkoord tussen prof- en amateurvoetbal, maar dat de CV Topklasse juist meldt tegen het plan te zijn. Op 29 november en 2 december 2014 zal het voorstel door respectievelijk de Verenigingsraad (ehm?) en de Bondsvergadering (wie?) officieel worden beoordeeld.

piramideDe principiële keuze om het amateurvoetbal en het profvoetbal met elkaar te verbinden kan inderdaad op een breed draagvlak rekenen binnen alle geledingen van het voetbal. De praktische realisatie ervan stuit op meer verzet; op het eerste oog vooral bij de amateurclubs die de hoge eisen problematiseren en vrezen voor het verlies van lucratieve derby’s en regionale aantrekkingskracht. De stem van de profclubs klinkt minder luid, maar is ondergronds wel degelijk aanwezig. Met FOX Sports op de bagagedrager maken zij van het profvoetbal een commercieel bastion waarin eigenlijk geen plek is voor hemelbestormers zonder professionele infrastructuur. De klucht rondom het bekertreffen JOS – Ajax is hiervan een pijnlijk voorbeeld. Maar, anderzijds moeten de Top- en Hoofdklassers van Nederland ook maar eens met de billen bloot. Met hun businessclubs, technische commissies, sponsordeals en spelersvergoedingen van 20/30.000 euro per jaar zijn ze al lang niet meer de amateurclubs van weleer. Aan hen is er de simpele keuze: of ze gaan mee in de ratrace van spelerscarroussel en transfertombola of ze houden het bij reiskostenvergoeding en hier en daar een schoenenbon. Als ze kiezen voor het eerste, zullen ze het bijbehorende risico op promotie en bijbehorende mate van vereiste professionaliteit voor lief moeten nemen.

Dat zowel de profs als de amateurs hun stellingen nog niet hebben verlaten, blijkt wel uit de onduidelijkheid over het vermeende draagvlak omtrent de plannen. Toch zullen beide kampen uiteindelijk inzien dat een gezonde doorstroming een noodzakelijke ontwikkeling is. Aangezien de cruciale beslismomenten blijkbaar rond 1 december plaatsvinden, eindigen wij met wat wijze raad om de kwaliteit van het plan te verbeteren en daarmee het draagvlak  te vergroten:

1. Er is de laatste jaren sprake van een duidelijke ‘zondagvlucht’. Gerenommeerde clubs als Haaglandia, FC Hilversum en Argon zijn inmiddels verhuisd naar de zaterdag, waarmee zich een duidelijk kwaliteitsverschil tussen zaterdag- en zondagamateurs begint af te tekenen. In de voorgestelde voetbalpiramide worden beide speeldagen echter als gelijkwaardig aangeduid en dat zal zeker in 2016/2017 geen afspiegeling van de werkelijkheid zijn. Een toekomstvisie ten aanzien van dit fenomeen zou daarom onderdeel moeten zijn van het plan.

2. De instroming van beloftenelftallen in de Jupiler League is geen succes gebleken. Het is zeer de vraag of de geplande toetreding tot de Tweede Divisie, Topklasse en zelfs de Hoofdklasse wel leidt tot een gezonde situatie. Competitievervalsing ligt op de loer als profclubs de ene week een jeugdspeler en de andere week een ervaren eredivisiespeler opstellen. Het maken van strenge afspraken met profclubs lijkt hier belangrijker dan de competitie waarin de beloftenteams terechtkomen.