The Magic Numbers op 2.45

De sleur van een lange relatie is niet altijd opgewassen tegen de lokroep van een ongedwongen, vrij en blij alternatief. En als de man of vrouw in kwestie daadwerkelijk overstag gaat, is het leed voor de verlaten geest niet te overzien. De collectieve emotie der getormenteerde zielen wordt misschien wel het best verwoord door ons aller Dolly Parton: ‘She don’t love you, like I love you’. Het is echter wel een volstrekt kansloos sentiment, doordat het immer boos, vertwijfeld en vooral verongelijkt over het voetlicht wordt gebracht. Alsof het lot reeds beslecht is; de laatste stuiptrekking van een eeuwige vrijgezel.

Dit artikel verscheen eerder op SMTHNG.nl. Klik om te lezen.

Dit artikel verscheen eerder op SMTHNG.nl. Klik om te lezen.

Dat het ook anders kan, bewijzen The Magic Numbers met ‘Love Me Like You‘. Dit Amerikaans popviertal draait de emotie op slimme wijze om en presenteert de boodschap bovendien door middel van misschien wel het vrolijkste liedje ooit. ‘She don’t love me, like you‘. Oftewel: ‘Jij bent degene die me laat voelen, zoals ik me wil voelen en daar word ik de meest gelukkige persoon op aarde van. (En ja, op dit moment voel ik me behoorlijk klote, maar dat doet nu niet terzake.)’

‘She don’t love me, like you’ komt direct binnen; met fraai Strokes-achtig gitaarspel, begeleid door een jubelende baslijn. Daarna volgen wat open akkoorden die ruim baan geven aan een scala aan uptempo drums, oozing aaahs en een monter wijsje. Wat schaamteloos tamboerijngeschal verder, zijn we bij het eerste refreintje beland en dankzij kletterende klaphandjes en slimme gitaartrucjes is de jubelstemming al gauw niet meer tegen te houden.

Op 2.44, na het tweede refrein, valt het liedje stil en is het tijd voor de brigde. Een voorspelbaar moment, ja, maar het werkt. En, what the heck?! Er moet een hart teruggewonnen worden, en daar heb je een glorieuze opbouw voor nodig! Punt. Van de met open akkoorden begeleide openingszin ‘All those years gone by’ via talloze dubbele gitaar- en zanglijntjes, tot aan de aanzwellende hihats en een beslissende slotklap op de snare (4.13) is het allemaal even raak. De laffe haas die dan nog het glorieuze She don’t love me like you (maal vier!) in de wind durft te slaan, is een domme, botte hork. Je moet terug, gek.