Ordinaire Lowlands-discussie leidt af van het echte probleem

De Volkskrant-discussie tussen Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg en columnist Bert Brussen herbergt een interessant maatschappelijk vraagstuk. Helaas lijken weinigen dit op te merken, waarschijnlijk omdat ze worden afgeleid door de ordinaire, doch vermakelijke fittie tussen twee boegbeelden van progressief links en conservatief rechts.

1volkskrant_logo

Dit artikel verscheen eerder op VK.nl Klik om te lezen.

Broddeljournalist
Brussen stak eerst, samen met zijn voormalige broeders van GeenStijl, het vuurtje op middels de gebruikelijke ongenuanceerde, doch treffende verwijten van verborgen Greenpeace-activisme en morele superioriteit. Vervolgens reageerde Van Eerdenburg in een artikel op vk.nl als door een wesp gestoken en zette hij Brussen weg als broddeljournalist die zijn huiswerk niet had gedaan. ‘Lowlands krijgt helemaal geen subsidie van de Rijksoverheid’. En passant nam hij vervolgens al scheldend de b├╝hne om de huidige politieke ‘beweging’ van de PVV te bestempelen als neo-fascistisch. Weliswaar uit naam van de activistische popcultuur, maar toch.

Brussen toonde zich vervolgens in een reactie de rust en redelijkheid zelve. Waar hij in zijn eerst stuk de pesterige, schreeuwerige GeenStijl-retoriek allerminst schuwde, acteerde hij zich na het getier van Van Eerdenburg plots de erudiete, weldenkende redenaar. Tactisch slim, maar niet echt geloofwaardig.

Elitaire subsidieslurper
Ontdaan van bovenstaande stilistische ruis, vertoont zich echter een fundamentele vraag over hoe de cultuursector van de toekomst eruit zou moeten zien. Immers, de kritiek op de zo bevoorrechte, ruim gesubsidieerde concertgebouwen, muziektempels en orkesten kennen we nu wel. Zij slurpen slechts en ondernemen niet, aldus de rechts-conservatieve voorhoede. Maar dat zelfs een slim ondernemend festival als Lowlands nu de hoon en toorn van cultuurbashers over zich heen krijgt, roept vraagtekens op. Immers, Lowlands krijgt van de gemeente Dronten een beperkt bedrag van 60.000 euro (of dat je dat nu gemeentelijke steun of rijkssubsidie noemt, is eigenlijk niet interessant), maar draait een omzet van vele miljoenen. Een dergelijk cultureel ondernemerschap zou rechts Nederland (en Bert Brussen) toch moeten aanspreken, zou je zo denken.

Maar het tegendeel is het geval. De culturele organisatie die met behulp van ruime overheidssteun kiest voor hoogcultuur en een relatief selecte groep ge├»nteresseerden, was al een elitaire subsidieslurper. Maar nu blijkt dat een keuze om een beperkte subsidie te combineren met populaire cultuur en ondernemerschap afgedaan wordt als ‘links lullen, rechts vullen’. Kortom, een spagaat die de sector in het duister doet tasten over de manier waartoe zij zich zou moeten ontwikkelen.

Richtingloosheid
Nu is Bert Brussen natuurlijk niet de minister van Cultuur en zijn de reaguurders op GeenStijl niet allemaal serieus te nemen opiniemakers, maar het geluid dat zij verkondigen is wel tekenend voor de richtingloosheid van het huidige culturele spectrum. We hebben geen idee wat we ermee aan moeten en dus hakken we er maar vrolijk op in en reageren we met verwijtende grootheden. Dat is natuurlijk best vermakelijk en kan bovendien functioneel zijn bij het doorbreken van de status quo, maar inmiddels lijkt de tijd gekomen voor een ontwikkelrichting waar zowel links als rechts meer mee kan dan elkaar de huid vol schelden.